Enkelfractuur

Wat is een enkelfractuur?

Een enkelfractuur is een botbreuk in het enkelgewricht. De enkel bestaat uit drie botten: het scheenbeen (tibia), het kuitbeen (fibula) en het sprongbeen (talus). Bij een enkelfractuur is meestal het kuitbeen en/of het scheenbeen gebroken ter hoogte van de enkel. Afhankelijk van het type en de ernst kan de breuk stabiel of instabiel zijn, wat van invloed is op de keuze van de behandeling.

Klachten

Bij een enkelfractuur ontstaat meestal direct hevige pijn rond de enkel. De enkel kan snel dik worden door zwelling en soms is er een blauwe verkleuring zichtbaar.
Steunen op de voet is vaak moeilijk of onmogelijk. In sommige gevallen staat de enkel in een afwijkende stand. De enkel kan op één plaats (unimalleolair), 2 plaatsen (bimalleolair), of op 3 plaatsen (trimalleolair) gebroken zijn.
Bij ernstige fracturen kan er wonde zijn waarbij er al dan niet bot uitsteekt (open fractuur).
De diagnose wordt gemaakt door röntgenfoto's en in sommige gevallen een CT scan.

Behandeling

Een goede behandeling is belangrijk om het risico op standafwijkingen en lange termijn problemen (artrose) te voorkomen. 

Conservatieve behandeling

Een conservatieve behandeling is mogelijk wanneer de enkelfractuur stabiel is en de botdelen goed op hun plaats staan.

  • De enkel wordt dan meestal geïmmobiliseerd met een gips of een afneembare looplaars (walkerboot). Dit zorgt ervoor dat de botten in de juiste stand kunnen genezen.
    In de eerste fase wordt vaak geadviseerd de enkel hoog te houden en rust te nemen om zwelling en pijn te verminderen. Pijnstilling kan worden voorgeschreven.
  • Afhankelijk van het type breuk mag de patiënt de voet soms gedeeltelijk of volledig belasten.
  • Na de immobilisatieperiode volgt vaak fysiotherapie om de beweeglijkheid, spierkracht en stabiliteit van de enkel te herstellen.
Operatieve behandeling

Een operatieve behandeling is nodig bij instabiele enkelfracturen of wanneer de botdelen verplaatst zijn ten opzichte van elkaar.
Belangrijk hierbij is dat de enkel niet te gezwollen is voor de operatie om het risico op wondproblemen zo laag mogelijk te verkleinen.
Het kan daarom zijn dat de operatie niet onmiddellijk plaatsvindt en dat er enkele dagen nodig is om de enkel te laten ontzwellen.

Tijdens de operatie worden de botstukken in de juiste positie gebracht en vastgezet met schroeven en/of platen. Dit wordt ook wel een open reductie en interne fixatie genoemd.

Na de operatie volgt meestal een periode van gips. Wanneer het medisch mogelijk is wordt de belasting geleidelijk opgebouwd. Fysiotherapie speelt een belangrijke rol in het herstel.

Achillespeesruptuur

Lees meer

Enkelinstabiliteit

Lees meer

Anterieur enkelimpingement

Lees meer
keyboard_arrow_up